Kapitaalsbelasting wordt afgeschaft
« go back
News
Klik hier voor de laatste Euribor rente tarieven.
-
Wietplantage thuis reden voor ontslag
Een werkgever diende een voorwaardelijk verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. Het...
Een werkgever diende een voorwaardelijk verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst in bij de kantonrechter. Het verzoek was gedaan voor het geval de arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet nog mocht blijken te bestaan. In de arbeidsovereenkomst werd verwezen naar het personeelshandboek van de werkgever, waarin ondermeer was opgenomen dat het de medewerkers niet was toegestaan om op welke wijze dan ook inbreuk te maken op de goede naam of reputatie van de werkgever. Overtredingen van deze bepaling golden als een dringende reden voor ontslag van de betrokken medewerker.
De werkgever had de werknemer met een beroep op die bepaling op staande voet ontslagen nadat in de woning van de werknemer een hennepkwekerij was ontmanteld door de politie. De werknemer heeft de aanwezigheid van de hennepkwekerij in zijn woning aan de werkgever bevestigd, maar weigerde nadere bijzonderheden over zijn illegale nevenactiviteit te geven. Door zijn functie als IT-er had de werknemer toegang tot gevoelige informatie van klanten van zijn werkgever. De werknemer werkte op locatie bij de klanten. Tot de klanten van de werkgever behoorden justitiële instellingen en daaraan gelieerde organisaties. Nu niet duidelijk was hoever de werknemer in het criminele circuit was beland en welke risico’s daaraan verbonden waren voor hem en voor zijn werkgever en de klanten, vond de kantonrechter dat sprake was van een dringende reden voor beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Dat hield in dat de werknemer geen recht op een ontslagvergoeding had.
-
Kamervragen korting pensioenen
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over de mogelijke korting van pensioenen beantwoor...
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft Kamervragen over de mogelijke korting van pensioenen beantwoord. Door de aanhoudend lage rente stijgen de verplichtingen van pensioenfondsen en verlagen de dekkingsgraden. De financiële problemen van pensioenfondsen worden volgens de minister niet alleen door de lage rente veroorzaakt, maar ook door een onvoorziene toename van de levensverwachting en door de langdurige stagnatie op de financiële markten. Als de rente niet oploopt, leidt niet ingrijpen ertoe dat in een later stadium ingrijpender maatregelen getroffen moeten worden.De minister is niet van plan om met de sociale partners af te spreken dat er zolang de crisis in Europa duurt geen korting op pensioenen zal plaatsvinden.
-
Aanpassing wetsvoorstel Verhoging pensioenrichtleeftijd
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een reactie op een brief van het Verbond van Verzekeraars e...
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft in een reactie op een brief van het Verbond van Verzekeraars enkele aanpassingen van het wetsvoorstel Verhoging pensioenleeftijd, extra verhoging AOW en flexibilisering ingangsdatum AOW aangekondigd. Het Verbond van Verzekeraars verzoekt om de pensioenrichtleeftijd voor lijfrenteverzekeringen in één keer te verhogen naar 67 jaar. Dat zou dan in 2014 moeten gebeuren. Het huidige wetsvoorstel gaat uit van verhoging in twee stappen, in 2013 naar 66 en in 2015 naar 67 jaar. De minister neemt het verzoek over en heeft via een nota van wijziging het ingediende wetsvoorstel nog voor de behandeling daarvan aangepast.Het Verbond heeft verder voorgesteld om de extra verhoging van de wettelijke AOW-inbouw in pensioenregelingen al in 2013 door te voeren. Dat voorstel neemt de minister niet over. Het kabinet kiest ervoor om alle maatregelen ineens per 2014 in te voeren. Op verzoek van het Verbond komt er een overgangsbepaling waardoor de 100%-grens geen toepassing vindt als deze norm wordt overschreden door het actuarieel herrekenen van bestaande rechten naar rechten op basis van de nieuwe pensioenrichtleeftijd. Deze bepaling is in de nota van wijziging opgenomen. Tenslotte is via de nota van wijziging het eerder opnemen van flexibele AOW voor bijstandsgerechtigden veranderd in een vrijwillige keuze.
De minister is niet van plan om een publieke regeling te treffen om de inkomensgevolgen van het later ingaan van de AOW-uitkering voor bepaalde groepen met een verzekeringsuitkering te verzachten. Het gaat dan om zelfstandigen die een uitkering uit een private arbeidsongeschiktheidsverzekering ontvangen van wie de verzekering doorloopt tot 65 jaar en niet tot aan de (nieuwe) AOW-leeftijd en om werknemers met een aanvullende arbeidsongeschiktheidsuitkering en nabestaanden met een Anw-hiaatpensioen. De minister vindt dat verzekerden en verzekeraars tot 2020 voldoende tijd hebben om zelf eventuele inkomensverliezen op te vangen.
-
Woon-werkverkeer in de BTW niet zakelijk!
De staatssecretaris van Financiën heeft nieuwe regels geformuleerd rondom woon-werkverkeer en BTW. Bij uw berekening ...
De staatssecretaris van Financiën heeft nieuwe regels geformuleerd rondom woon-werkverkeer en BTW. Bij uw berekening van de ‘BTW correctie privégebruik auto’ voor 2011 dient u rekening te houden met deze nieuwe regels.
Het woon-werkverkeer werd voor de BTW - evenals voor de loon- en inkomstenbelasting - gezien als zakelijk gebruik van de auto van de zaak. Door nieuwe regelgeving is dat per 1 juli 2011 gewijzigd. Vanaf die datum wordt het woon-werkverkeer voor de BTW aangemerkt als privégebruik van de auto van de zaak.
Wat wordt onder woon-werkverkeer verstaan?Voor de BTW wordt onder woon-werkverkeer verstaan: het (heen en/of terug) reizen van de woon- of verblijfplaats naar de vaste werkplaats(en) c.q. bedrijfsadres. Deze definitie gaat ervan uit dat het in de regel aan u is om uw woon- of verblijfplaats te kiezen. Daarbij dient u rekening te houden met uw vaste werkplaats (die bepalend is voor de lengte van het traject) en de wijze waarop het woon-werktraject wordt afgelegd. Het bovenstaande betekent dus dat, indien u reist naar andere plaatsen dan de vaste werkplaats of het bedrijfsadres, dit niet wordt aangemerkt als woon-werkverkeer. Zo zal het reizen van een bouwvakker naar de bouwplaats normaliter geen woon-werkverkeer zijn (tenzij dit als vaste werkplaats is overeengekomen). Ook bijvoorbeeld het reizen van een onderhoudsmonteur naar het adres van een klant valt daar dan niet onder.
Let op! Ook het gebruik van bestelauto's voor woon-werkverkeer kwalificeert als privégebruik.
-
Geen uitstel erfbelasting niet-verkochte woning
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën over mogelijke problemen met de betaling...
In de Tweede Kamer zijn vragen gesteld aan de staatssecretaris van Financiën over mogelijke problemen met de betaling van erfbelasting over een niet verkochte woning uit een nalatenschap. Anders dan de vragenstellers veronderstellen, bestaan deze problemen volgens informatie van de Belastingdienst niet. Verzoeken om uitstel van betaling voor aanslagen erfbelasting worden sinds een jaar centraal behandeld. Wanneer aanslagen onder € 50.000 niet betaald kunnen worden wegens de tijdelijke onverkoopbaarheid van de woning wordt uitstel van betaling verleend voor de duur van een jaar. Bij een hoger aanslagbedrag of een langere termijn van uitstel vraagt de Belastingdienst zekerheid in de vorm van een hypotheek op de woning.
Gezien de mogelijkheid van uitstel van betaling en onder verwijzing naar het antwoord op eerdere Kamervragen door zijn rechtsvoorganger, is het volgens de staatssecretaris niet nodig dat erfgenamen een positieve nalatenschap moeten verwerpen, omdat zij vrezen de erfbelasting over de nalatenschap niet op tijd te kunnen betalen. In de praktijk is er, gerekend vanaf het tijdstip van verkrijging en inclusief de periode van uitstel van betaling, een periode van ongeveer twee jaar om goederen uit de nalatenschap te verkopen of te belenen om de erfbelasting te kunnen betalen. Deze periode is meestal voldoende. De staatssecretaris is niet van plan om de regeling voor uitstel van betaling voor het erven van de blote eigendom van een woning al dan niet tijdelijk uit te breiden tot nalatenschappen die voor een groot deel bestaan uit een nog niet verkochte woning.
|